In deze helblauwe lucht
schrijf ik je naam nog duizend keren
zodat ik hem nooit vergeten zal
op dit wandelpad ga ik weer
hand in hand met jou
genietend van de schoonheid
die de dag me te bieden heeft
samen jagen we dan het wild op
dat zich verschuilen kan in de struiken
en de bermen
in deze helblauwe lucht
vind ik onverstoorbare sporen
vol herinneringen.
Edith Oeyen
Het witte vierkant van de ochtend
voor Gerard Vanhove (1942 – 1994)
Het doek is een vierkant
zonder begrip, wit als een dode hond
in een beek, het vers gestreken laken
op een hotelbed, een vlekkeloze
gedachte, zoals het atelier hem
als een muil toegrijnst, levenslustig-
dat wel, maar met het chagrijn
dat een mens van zijn sokkel blaast,
de eerste contouren, niet meer dan vage
vegen en houtskoolwaaiers,
een vleugel in een neerwaartse beweging
geluid uit het dal waar dieren hun oren spitsen
het is koorddansen, wichelroede lopen
verborgen mijnen verwijderen
prikkeldraad met een machete weghakken;
de uitdaging brandt tranen
in de lachende ogen
rood dat smaakt als koppig bloed;
Poe laat zijn duimafdruk achter
in een envelop met lippenstift op;
een witte geest leidt de beweging
van de hand en het mes dat verf uitspreidt
om de witte ochtend op te hemelen.
Guy van Hoof
Natuur
Leer de kinderen de schoonheid
van de natuur bewonderen,
luisteren naar het geritsel van de bladeren
en de symfonie van vogelgezang.
Leer hen de broze paddenstoelen strelen,
de schimmelvruchten ontdekken
aan de voet van hun gastheer.
Leer hen hoe de klaprozen bloeien,
met bloemblaadjes van crêpepapier,
wilde schoonheid in rode boerenjurk.
Leer hen dat vlinders proeven met hun poten,
fladderen met hun zijden vleugels,
de nectar halend uit de fijnste bloemen.
Leer hen hoe Armstrong zong
oneindig verwonderd te zijn
over deze wonderbare planeet.
© Lucie Putzeijs
Vergeet-mij-nietjes
Een bedje vergeet-mij-nietjes,
zo klein en stil bijeen,
bewaren wat ik bijna vergat,
een moment dat bleef.
Tussen de perkjes licht van kleur,
ligt jouw naam zacht verscholen,
blauw als de lucht die voorbij trekt,
maar nooit echt verdwijnt.
In hun zachte gloed leeft jouw lach,
warm als zonlicht op mijn huid,
en ergens, voorbij de tijd,
bloeit ons blije weerzien al.
©Jeannette Mimi Funk
Winterganzen zijn op bezoek
ze verblijven nu in een meer leefbaar gebied
waar ze nog voedsel vinden
vliegen door de lucht
in driehoeksformatie
de leider van de groep snatert dan
dat horen en zien vergaat
op een weide die hij geschikt acht
om te overleven
de opstandige gans krijgt opmerkingen
wordt uit de groep geweerd
hij zal het zich beklagen niet te volgen
die betweter de waarden verstoord te hebben
wie niet hoort moet voelen "zegt een
oud spreekwoord
ze weten het wel
zijn meestal volgzaam
wijze ganzen gehoorzamen
en passen zich aan.
Ingrid Lenaerts
OUVERTURE
Dit is het uur
waarop nacht verbleekt
hemel weer klaart
stilte als een wolk
geruisloos boven de tafel
zweeft
geluiden van buiten
fragmentsgewijs
binnen sijpelen.
Dag valt mistig
door mijn ruiten.
Mia Bemong
Nu de koele winter aangetrippeld komt
ontsteekt opnieuw de armoedefabriek zijn lont
Want een leger verworpenen komt eraan
Ontwaakt! Politici van de waan
Gij socialisten en christendemocraten
Voor wie mensen schapen zijn die blaten
Foei! Arizona, dor uitgedroogd land voor lijken
Jullie staan voor een rijk van rotsen en woestijnen
Met Humphreys Peak als duivels hoogtepunt
En jullie laffe ja-knikkers niks afgekund
L.L.
Onze wereld van schoonheid
Heeft een spiegelbeeld
Dat vreselijke dingen laat zien
We kennen dit paradigma
Misschien is het ‘des mensens’
In vrijheid mogen we niet twijfelen
Dat we tegen de stroom in
Deze aangenomen spiegeling
Moeten bijkrassen tot ze blinkt
L.L.
De tijd zwelt aan tot een hoge golf
Glijdt niet als zand door vingers
Maar als water tijdens het douchen
Is er hoop?
Ik gok op de winterzonnewende
Dan is de dag zo lang als de nacht
De nacht precies zo kort als de dag
Het is de heilige kantelpunt-dag
Waarop de tijd op tandenknarst
Ik weet het: verlangen en hoop
Is een onontwarbare Sysifus-knoop
L.L.
Lang verhaal kort
Zij hoopte in de winter op een stijve penis
Wat ze het voorbije jaar zag als een gemis
Ze knielde voor Boeddha neer en zei
Dit gaat tussen ons, hem en mij
Jij gaat die slappe slang tot leven wekken
Dan zal ik je een gans jaar diensten verstrekken
Mango’s, verse prei en in de lente jonge sla
Zorg dat het goed komt met de zwakke ra
Maar de eeuwige Boeddha zweeg zijn lip
Met Kerstmis zat zij daar uitgeblust en sip
Gebruikte groenten noch fruit in haar gerechten
Ze dacht dat ze zo Boeddha kon berechten
L.L.
Wij dachten
Dat we tijdens de 15de en 16de eeuw
Beschaving naar Amerika brachten
Maar het was moord en doodslag
Met een giftige bagger aan virussen
En zo moordden we een gans continent uit
Een nieuwe beschaving zag er het licht:
COWBOYS!
Zonder cultuur of moraal
Enkel goud- en zilver geaderde ogen
En een brein van eerst doen, dan denken
Vanaf 1850 zaten de cowboys in het zadel
Sindsdien is er in Amerika niet veel veranderd
Behalve outlaws met veel musk en strump
L.L.
Ik heb ze gekend, goed gekend
Van kleins-af-aan mee opgegroeid
Dit jaar dwarrelden ze bladbewijs neer
Sommigen belanden in een herbarium
Maar niet allemaal, helemaal niet
En toch waren het mijn medepassagiers
Mijn kleine en grote bekenden op aarde
Zonder te oordelen over goeden en kwaden
Ik heb ze gekend, goed gekend
Ik kan er niet ongelukkig om zijn,
Het leven is wat het is
En geen God die er iets aan doet
Niet op hun weg, die in vertrouwen is afgelegd
Ik heb ze gekend, goed gekend:
Marian Faithfull, Roland Minnaert, David Lynch, Jules D’Oultremont, Gene Hackman, Mario Vargas Llosa, Ludo Dierckxsens, Nicole Croisille, Marc Platel, Walter Godefroot, Graham Greene, Leo Caerts, Jimmi Cliff, Giorgio Armani, Robert Redford, Rob De Nijs, Paus Franciscus, Gerard Cox, Claudia Cardinale en ik vergeet, ik vergeet er veel
Ik heb ze gekend, goed gekend
Leopold Laarmans
lente
de avond valt
dagen korten
blauwe vlinder ijlings vliegt uit
onttrokken aan de tijd
open stilte
geurige nevel
jonge lente
Reginald Geuens
memoriaal van de onbekende mijnwerker
I
al ben ik hier niet eens geboren en zelfs niet getogen
en ben ik ook niet bruin en niet wit maar eerder blank
ik zal voor eeuwig en altijd een onbekende blijven:
ik heb immers in de put gezeten mijn korte leven lang
zelfs al heb ik misschien meer dan enig ander onderdaan
de kracht van heel mijn lijf en leven aan dit land gegeven
eens en voor altijd blijf ik zonder naam en zonder faam:
immers alle mensen zijn even zwart daar onder in de put
II
gehelmd en zwaar geschoeid was ik maar een losse huurling
niemand kende m’n naam niemand herkende m’n aangezicht
maar ik heb nimmer ofte nooit iemand beroofd noch gedood
ook al was daar diep onder de grond zelfs de vijand zwart
duizenden kilometers heb ik me samen met mijn maten
bijziend van het flikkerende schijnsel uit onze koplampen
zwetend hakkend stekend en schoppend ’n weg gebaand
almaar dieper en verder het gitzwart donker van de put in
III
verbeten boorden wij ratelrazend in dat gitzwarte goud dat
om z’n warme gloed wie ons niet kennen wilden weelde gaf
van geen maat kende ik de ziel en van geen kompel het hart
want daar diep onder de grond zijn alle wezens even zwart
zo gooid’ ik in d’ hitte van de strijd immer weer m’n kleren af
en werd m’n blote bast nog zwarter dan het haar op mijn borst
’k hoorde ’t schaven van m’n huid zag ’t pletten van m’n vinger
niet en met het uur werd ik dover voor de geuren van de dood
acht uur daags overwon ik ’t helse vechten aan het kolenfront
al wisten die zich warmden aan het gloeiend zwarte goud niet
dat ik van buiten en van binnen geboeid was door mijn werk:
want ik moet eerlijk toegeven: het was echt … adembenemend
© Paul Schampaert
’s Avonds brengt mijn lijf me als een hond weer thuis.
Het eten staat klaar. De zon gaat onder.
Het eten is op. De zon is weg.
De Tv straalt idiote gedachten in mijn hoofd.
Het zijn niet mijn gedachten, gelukkig ben ik die vergeten.
Vergeten doe ik veel. Dat is goed.
Goed zijn is ook niet alles.
Alles kan ik niet bevatten, dat was nooit mijn sterk punt.
Ik kruip in mijn bed, daar stopt het vergeten en niet-bevatten.
Woel niet zo, mompelt de eega.
Ik zie de zon weer opgaan en mij opstaan.
De hond staat klaar.
Valère Gijbels
Ik schenk je
een glas rode wijn
getrokken
van zongerijpte druiven
en wens
dat de blijheid van de zon
door je aderen stroomt
elke dag opnieuw.
Edith Oeyen, Beringen
Oudjaar
Het jaar is ten einde
Daar is het vuurwerk
De eindejaar shows
De champagne en de oesters
We mogen weer vieren
Hebben het overleefd
We kijken weer verder
En maken weer nieuwe plannen
En we staan even stil
Bij zij die er niet bij zijn
Pinken een traan en
Laten ons even gaan
Maar daar is de muziek weer
Het feestgedruis
Zo geraak ik echter
Nooit op tijd thuis
Rudi Helven
winterlucht
een halve maan
wolkengrijs
binnenin
avondwind sluipt weg
uit de deur
winterlucht
knagende
kou
Reginald Geuens
Kerstnacht
Het diepste van de winter
heeft zijn zwarte jas aan.
Voor de maan zijn wolken geschoven.
Een magische stilte streelt de lucht.
Samen op weg naar het licht,
van de flikkerende lampjes
tot sterren als blinkende tranendruppels,
knipperlichten in kerstbomen uit het hoge noorden.
Even stilstaan, en verlangen
naar de tijd van spelen in de sneeuw,
‘s avonds gezellig bij de openhaard
met chocolademelk en rozijnenbrood.
De kloktoren van de dorpskerk
slaat het sprookjesachtig middernachtsuur.
Engelen zingen zacht in het kinderkoor.
Het is kerstnacht, vrede en vriendschap.
Je voelt je niet meer alleen met de stilte
en het licht in deze nacht zo heel bijzonder.
Stille nacht.
Heilige nacht.
Lucie Putzeijs
de DENNENBOOM
Ik, Leopold Ronny M. M. L. Laarmans,
stond die vijfentwintigste dag van de tiende preromeinse maand aan de Kebar-rivier op de afgesproken plaats.
Toevallig, onbewust, in de hoop en het verlangen voor een toekomst,
in een steeds wederkerende droom sinds de eerste dag van de maand,…
was de ontmoetingsplaats droom na droom met microscopische precisie aan me toevertrouwd.
Ezekiel vergezelde me, je weet wel, de zoon van priester Boezi in het land der Chaldeën.
Ook vriend Daniël zou komen. Als een roeping hadden we alle drie de boodschap ontvangen.
De anders zo levendige rivier was niet in zijn normale doen.
Willekeurig vormden zich glanzende kringen op het wateroppervlak.
Van daaruit sprongen goudkleurige vissen zoals zwangere zalmen happend naar lucht,
tegen de stroom in, omhoog. Plots wees Ezekiel naar de hemel en een opkomende stormwind. Boven de Kebar vormde zich bijna ogenblikkelijk daarna een dikke wolk met flikkerend vuur.
Er lag een glanzende aura rond de wolk en in de kern van het vuur blonk een glanzend chroomachtig metaal. Daniël kwam aangelopen met een guitig dennenboompje in beide handen gedragen. Het metalen ding plantte zich geruisloos in het midden van ons neer.
Drie vreemde wezens transformeerden zich uit het ding. Ieder van hen had vier gezichten en zoals libellen, twee paar vleugels. Onder twee vleugels hingen armen met aan elke hand zeven vingers. Met het andere paar vleugels bedekten ze hun lichaam dat ogenschijnlijk naakt was.
De benen waren mensachtig, maar hun voeten hadden de vorm van de hoeven van een steenbok die glommen als glanzend titanium. De vier gezichten hadden respectievelijk de vorm van
een jaguar, een slang, een inktvis en een adelaar.
Ze bewogen zich alle drie zoals artiesten op dikke circusballen, maar dan pijlsnel en in alle richtingen, ook in de lucht. Een kristallen gewelf hing over de drie wezens gespannen en bij elke beweging evolueerde het synchroon mee terwijl het een vulkanisch vuur teweeg bracht.
Daniël, Ezekiel en ik hielden elkaar broederlijk vast met de handen in elkaar gestrengeld en keken als kinderen naar een onmiskenbaar wonder dat menselijk noch aards kon zijn.
De dennenboom die Daniël meegedragen had, stond plots lieflijk te groeien en te bloeien aan de oever van de Kebar-rivier. Het boompje, amper zo groot als een volwassen verbenastruik,
droeg plots gouden dennenappels en in de groenste twijgjes fonkelden diamanten.
Het dennenboompje groeide gestaag!
Op de top van het dennenwonder zweefde een sterretje en wanneer de drie hemelwezens spraken met één stem, ging er een straal van de ster linea recta de ruimte in en de maan lichtte bij elk woord vol op. Terwijl de drie meesters van het heelal spraken overhandigden ze ons een zwartlederen vuistdik boek met flinterdunne bladen die aan de randen goud gekleurd waren.
De weledele kosmonauten spraken,
“Dit is het boek van kleine en grote profeten. Het is jullie geschiedenis voor en na de zondvloed, toen de aarde kantelde. Waar deze dennenboom staat - als nieuwe baken van de aarde - loopt de nulmeridiaan van de aarde en om de 12.500 jaar zal die 90 graden opschuiven naar het westen. Met de ontstane waterverplaatsing van de oceanen zullen alzo alle continenten bevrijd en gezuiverd worden van menselijk geraas en geruis. Wie zich rondom de dennenboom bevindt, zal overleven en een nieuwe start kunnen nemen, zolang de kosmos het toelaat, want weet wel,
jullie mensensoort, niets is voor eeuwig.”
Nog voor we met zes handen tegelijk het boek der boeken hadden aangenomen en in ons hoofd vage vragen formuleerden, vloog het metalen ding met zijn heelalbezoekers als een komeet de ruimte in, zonder één spatje stof of luchtdruk te maken. Als door het wonder vederlicht geworden,
vlogen we als roodborstjes naar de dennenboom en vleiden ons neer aan de stam.
Ezekiel opende voorzichtig het boek en Daniël las aarzelend voor,
“Voorbericht, roeping en taak van Ezekiel,” en ik luisterde met passie.
De ganse nacht, onwaarschijnlijk wonderbaarlijke nacht.
Onder de dennenboom.
Leopold Laarmans
Oprecht Vrolijk En Hoopvol Kerstmis
&
Gelukkig Nieuw Jaar 2023
Het kerstfeest is in
aantocht, het nieuwe jaar lacht
ons allen toe.
Ingrid Lenaerts
Vol goede wensen
Een blakende gezondheid,
Liefde en vrede.
Ingrid Lenaerts
WINTER
Ik wil de sneeuw, de beek,
het schaatsen op dun ijs,
vuilbomen, Gelderse roos, lijsterbes.
De els, de hazelaar in bloei.
Ik spit en snoei
mijn kinderparadijs.
Maria Sesselle
NIEUWJAAR
Nog wat onwennig
kleurt de morgen
de eerste dageraad.
Stilte sluimert als
een ongekend gebed
tussen de golven
van het licht.
Aarzelend bekleedt
het nieuwe jaar zich
met het wit van vrede.
Jozef Vandromme